GenderID.nl

Een geloof · geen feit · kritisch bekeken

Home › Concept › Verspreiding 2010

Verspreiding vanaf 2010

Vanaf 2010 namen de aanmeldingen bij genderklinieken sterk toe, vooral onder adolescente meisjes. De oorzaken zijn niet bekend: de Cass Review noemt onder meer de invloed van leeftijdsgenoten en media, en noemt dat de meest omstreden verklaring (bron). Klinieken pasten het Dutch Protocol toe op een groep waarvoor het niet was ontwikkeld.

De cijfers: explosieve groei, omgekeerde sex-ratio

In het VK zag de Tavistock-GIDS vóór 2009 minder dan 50 kinderen per jaar; vanaf 2014 stegen de verwijzingen exponentieel tot ongeveer 5.000 in 2021/22, een getal waarin volgens de Cass Review mogelijk dubbeltellingen zitten (bron). Een studie van Kaltiala en collega's (2020) vond een vergelijkbaar stijgingspatroon in Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden en het VK over 2011–2017; de auteurs schrijven dat de oorzaken niet bekend zijn en noemen bewustwording, beschikbaarheid van zorg, destigmatisering en sociale en media-invloeden (bron). De Cass Review beschrijft een verschuiving van vooral prepuberale bij de geboorte als jongen geregistreerde kinderen naar vooral bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren in of na de puberteit; van de GIDS-patiënten die tussen april 2018 en eind 2022 werden ontslagen, was 73% bij de geboorte als meisje geregistreerd (bron). Zie Rapid Onset Gender Dysphoria.

De Cass Review schrijft dat er geen enkelvoudige verklaring voor de stijging is en dat online-ervaringen en leeftijdsgenoten het zelfbeeld kunnen beïnvloeden (bron). Zij acht het mogelijk dat grotere acceptatie een deel van de stijging verklaart, maar niet het hele verschijnsel, en ook niet de verschuiving van bij de geboorte als jongen naar bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren (bron).

Tumblr, Reddit, TikTok: peer-contagion in de praktijk

Lisa Littman (2018) beschreef in een enquête onder 256 ouders, geworven via drie websites, een patroon dat zij rapid-onset gender dysphoria noemde: 86,7% van de ouders meldde meer gebruik van sociale media of internet, een vriendengroep waarin vrienden rond dezelfde tijd uit de kast kwamen als transgender, of beide (bron). Littman presenteert sociale invloed als hypothese, en rapid-onset gender dysphoria is geen erkende medische diagnose (bron). Journalist Abigail Shrier (Irreversible Damage, 2020) betoogt dat sociale besmetting via vriendengroepen en sociale media een sleutelrol speelt (bron). Zie Lisa Littman.

In 36,8% van de vriendengroepen die in Littmans enquête werden beschreven, gaven ouders aan dat de meerderheid van de leden zich als transgender ging identificeren (bron). Marchiano (2017) schrijft zelf dat rapid-onset gender dysphoria een nieuwe presentatie is die niet goed is onderzocht; zij steunt deels op online-berichten en blogs en op een online-enquête onder gedetransitioneerde vrouwen (bron).

Effect op de evidence-basis: protocol negeert eigen scope

De medische zorg paste het Dutch Protocol toe op een groep waarvoor het niet was ontwikkeld (bron). In de oorspronkelijke Nederlandse studie voelde 89% van de 70 patiënten zich aangetrokken tot hetzelfde geboortegeslacht en was er slechts één uitsluitend heteroseksueel (bron). Zie de Cass Review en het VUmc-protocol.

Environmental Progress (2024) concludeerde uit de WPATH Files dat WPATH-leden weten dat kinderen en jongeren de levenslange gevolgen van behandeling niet kunnen overzien, en dat WPATH niet voldoet aan de standaarden van evidence-based geneeskunde. Dat is de lezing van Environmental Progress; van de benaderde leden bevestigde één persoon de eigen uitspraken en betwistte een ander de interpretatie (bron). Zie ook de WPATH Files en het onderzoek naar detransitie, spijt en desistance.

Klinische implicaties en internationale ommekeer

NHS England sloot GIDS in 2024, na het tussenrapport van de Cass Review (bron). De Cass Review concludeerde dat van de internationale richtlijnen alleen de Finse (2020) en de Zweedse (2022) aanbevelenswaardig zijn (bron). In december 2022 gaf de Zweedse Socialstyrelsen een zwakke negatieve aanbeveling voor puberteitsremmers en cross-sekse hormonen bij minderjarigen: behandeling alleen in uitzonderlijke gevallen (bron). De Zweedse systematische review (Ludvigsson e.a., 2023) vond het bewijs onvoldoende om de effecten van hormoonbehandeling te beoordelen (bron), en NICE (2020) beoordeelde de zekerheid van het bewijs over puberteitsremmers als zeer laag (bron). Zie SBU, NICE en de Tavistock-sluiting.

In Nederland vond de Gezondheidsraad (30 juni 2026) dat de zorg voor jongeren zorgvuldig is ingericht en past binnen het wettelijk kader; de raad beoordeelde de bewijskracht voor de gevonden effecten als laag tot zeer laag en benadrukt het belang van onderzoek naar uitkomsten op lange termijn (bron). Zie de Nederlandse uitrol.

Veelgestelde vragen

Bronnen

  1. Littman, L. (2018). Parent reports of adolescents and young adults perceived to show signs of a rapid onset of gender dysphoria. PLOS ONE, 13(8).
  2. Shrier, A. (2020). Irreversible Damage. Regnery.
  3. Kaltiala R. et al. (2020). Time trends in referrals to child and adolescent gender identity services: a study in four Nordic countries and in the UK. Nordic Journal of Psychiatry.
  4. Cass, H. (2024). Independent Review — Final Report. NHS England.
  5. SBU (2022). Hormonbehandling vid könsdysfori – barn och unga. SBU-rapport 342.
  6. Marchiano, L. (2017). Outbreak: On Transgender Teens. Psychological Perspectives.
  7. WPATH Files (2024). Environmental Progress / Mia Hughes.

Zie ook