Home › Concept › Pediatrische uitrol 2000
Pediatrische uitrol vanaf 2000
Vanaf 2000 verspreidde de Nederlandse aanpak van puberteitsremming bij jongeren met genderdysforie zich internationaal. Het VUmc-protocol steunde vooral op één studie van 70 adolescenten zonder controlegroep. De Cass Review noemt dit "an area of remarkably weak evidence" (bron).
Het "Dutch Protocol": een experiment op kinderen
Het Dutch Protocol werd ontwikkeld door Peggy Cohen-Kettenis, oprichter van de Utrechtse genderkliniek, en collega's; een artikel uit 2006 werkte het uit. In het oorspronkelijke protocol begon puberteitsremming vanaf 12 jaar in de vroege puberteit, en volgden cross-sekse hormonen vanaf ongeveer 16 jaar (bron). De bekendste studie, van de Vries e.a. (2011), beschrijft de eerste 70 adolescenten die tussen 2000 en 2008 puberteitsremming kregen, vergeleken vóór en na behandeling en zonder controlegroep (bron). Volgens de Cass Review waren deze 70 een deel van 111 opeenvolgende aanmeldingen, geselecteerd omdat zij als eersten klaar waren voor de volgende behandelfase (bron). Zie ook het Dutch Protocol en de kritiek op het VUmc-protocol.
Eén deelnemer aan de vervolgstudie overleed na een vaginoplastiek aan necrotiserende fasciitis; de studie van de Vries e.a. (2014) meldt dit, en de eindmeting omvatte 55 van de eerste 70 adolescenten (bron). Van 50 studies naar puberteitsremmers beoordeelde de systematische review van York voor de Cass Review er 1 als van hoge, 25 als van matige en 24 als van lage kwaliteit (bron); NICE (2020) beoordeelde de zekerheid van het bewijs voor de cruciale uitkomsten (genderdysforie, mentale gezondheid, kwaliteit van leven) als zeer laag (bron).
Internationale uitrol: van VUmc naar de wereld
De Britse Gender Identity Development Service (GIDS) van de Tavistock bood vanaf 2011 puberteitsremmers aan in een ongecontroleerde "early intervention study" met inclusiecriteria in lijn met het oorspronkelijke Dutch Protocol (bron). In 2007 richtte Norman Spack in Boston een kliniek op naar het model van het Dutch Protocol en begon hij puberteitsremmers voor te schrijven vanaf de vroege puberteit (Tannerstadium 2) (bron). Het tussenrapport van de Cass Review merkte op dat weinig bekend is over de uitkomsten van deze behandelingen op middellange en lange termijn (bron).
De WPATH Standards of Care 8 (2022) gaan ook over zorg voor adolescenten. De Cass Review concludeerde dat de WPATH-richtlijnen "lack developmental rigour" en dat WPATH 8 de sterkte van het bewijs sterker voorstelt dan die is (bron). Volgens The BMJ (31 oktober 2024) schreven onderzoekers van Johns Hopkins die voor WPATH evidence-reviews uitvoerden dat zij problemen hadden met de opdrachtgever, die hun mogelijkheid tot publiceren probeerde te beperken; WPATH ontkende publicatie te hebben verboden (bron). Zie ook de WPATH Files, de Amerikaanse uitrol en de Europese uitrol.
De doelgroep verschoof — het protocol niet
Het Dutch Protocol werd ontwikkeld voor een andere groep dan de adolescenten die zich vanaf 2014 in groeiende aantallen aanmeldden (bron). In de oorspronkelijke Nederlandse studie voelde 89% van de 70 patiënten zich aangetrokken tot hetzelfde geboortegeslacht, en was er slechts één uitsluitend heteroseksueel (bron). De Cass Review beschrijft in het VK een verschuiving van vooral prepuberale bij de geboorte als jongen geregistreerde kinderen naar vooral bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren in of na de puberteit, zonder duidelijke verklaring (bron). Oudere studies vonden dat een minderheid van de prepuberale kinderen met genderincongruentie die behield (ongeveer 15%, en 10–33% in latere studies), en dat de meesten als volwassene cisgender en tot hetzelfde geslacht aangetrokken werden (zie desistance-onderzoek) (bron). Lisa Littman (2018) stelde de term rapid-onset gender dysphoria (ROGD) voor als hypothese; het is geen formele diagnose (bron).
De Cass Review concludeerde dat het bewijs over puberteitsremmers en hormonen voor minderjarigen zwak is (bron). De Zweedse systematische review van onderzoekers onder wie medewerkers van het SBU (Ludvigsson e.a., 2023) vond het bewijs onvoldoende om de effecten van hormoonbehandeling bij kinderen met genderdysforie te beoordelen (bron). In december 2022 gaf de Zweedse Socialstyrelsen een zwakke negatieve aanbeveling: behandeling alleen in uitzonderlijke gevallen (bron). In Nederland adviseerde de Gezondheidsraad op 30 juni 2026 dat de zorg voor jongeren zorgvuldig is ingericht en past binnen het wettelijk kader, terwijl de raad de bewijskracht voor de gevonden effecten als laag tot zeer laag beoordeelde (bron). Zie SBU, NICE, de Nederlandse uitrol en de verspreiding vanaf 2010.
Veelgestelde vragen
Puberteitsremming vanaf 12 jaar in de vroege puberteit, cross-sekse hormonen vanaf ongeveer 16 jaar. Uitgewerkt in een artikel uit 2006; de bekendste studie (de Vries e.a., 2011) gaat over de eerste 70 adolescenten die tussen 2000 en 2008 werden behandeld.
In een voor-en-na-studie van 70 adolescenten zonder controlegroep. De review van York voor de Cass Review beoordeelde de studies naar puberteitsremmers grotendeels als van matige of lage kwaliteit, en NICE (2020) beoordeelde de zekerheid van het bewijs als zeer laag.
Ja. Eén deelnemer overleed na een vaginoplastiek aan necrotiserende fasciitis; de studie van de Vries e.a. (2014) meldt dit.
De Cass Review schrijft dat het protocol werd ontwikkeld voor een andere groep dan de adolescenten die zich vanaf 2014 aanmeldden, vooral bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren in of na de puberteit.
Bronnen
- De Vries A. et al. (2014). Young adult psychological outcome after puberty suppression and gender reassignment. Pediatrics.
- de Vries A.L.C., Cohen-Kettenis P.T. (2012). Clinical management of gender dysphoria in children and adolescents: the Dutch approach. Journal of Homosexuality, 59(3).
- Cass H. (2024). Independent Review. NHS England.
- Levine S.B., Abbruzzese E., Mason J.W. (2022). Reconsidering Informed Consent for Trans-Identified Children, Adolescents, and Young Adults. Journal of Sex & Marital Therapy, 48(7).
- Littman, L. (2018). Parent reports of adolescents and young adults perceived to show signs of a rapid onset of gender dysphoria. PLOS ONE.