GenderID.nl

Een geloof · geen feit · kritisch bekeken

Home › Onderzoek › Spijtcijfers

Spijtcijfers en methodologische problemen

"Slechts 1% heeft spijt van transitie": dit cijfer, vaak aangehaald om patiënten gerust te stellen vóór een onomkeerbare ingreep, komt uit de meta-analyse van Bustos e.a. (2021). Die gaat over mensen die een genderbevestigende operatie ondergingen, en de auteurs wijzen zelf op de grote subjectiviteit van het beoordelen van spijt en het ontbreken van gestandaardiseerde vragenlijsten (bron). De Cass Review (2024) schrijft dat het aandeel mensen dat spijt krijgt of detransitioneert moeilijk vast te stellen is op basis van alleen kliniekgegevens (bron).

De Bustos-studie

Bustos e.a. (2021) deden een meta-analyse van 27 studies met 7.928 mensen die een genderbevestigende operatie ondergingen; de gepoolde prevalentie van spijt was 1% (bron). De auteurs wijzen zelf op de subjectiviteit van het beoordelen van spijt en het ontbreken van gestandaardiseerde vragenlijsten.

Probleem 1 — mensen die uit beeld raken

Volgens de Cass Review keren mensen die detransitioneren niet per se terug naar de genderkliniek en raken zij dus uit beeld; daardoor is het moeilijk om op basis van alleen kliniekgegevens te schatten welk aandeel spijt krijgt of detransitioneert (bron). De Gezondheidsraad (2026) wijst erop dat de follow-up in spijtstudies meestal kort is en de uitval aanzienlijk, en dat een deel van de mensen die stoppen of spijt krijgen dat niet aan hun behandelaar meldt (bron). In de online-enquête van Littman (2021) onder 100 zelfgeselecteerde detransitioners had slechts 24% de behandelaar laten weten dat zij gedetransitioneerd waren; de steekproef is niet representatief voor alle detransitioners (bron).

Probleem 2 — veel te korte follow-up

Volgens behandelaars uit genderzorg voor volwassenen die de Cass Review aanhaalt, duurt het 5 tot 10 jaar voordat iemand detransitioneert; studies met kortere follow-up kunnen dat dus niet vangen. Een audit van de Tavistock-kliniek onder 40 patiënten die detransitioneerden kwam uit op 5 tot 10 jaar (gemiddeld 7 jaar). Bovendien ligt het omslagpunt in de stijging van aanmeldingen van kinderen en jongeren in 2014: ook studies met lange follow-up dekken dit recentere cohort niet (bron).

Probleem 3 — een smalle definitie van spijt

In sommige studies wordt "spijt" gemeten met een smalle maat, zoals een verzoek om terug te keren naar het oorspronkelijke juridische geslacht: de Zweedse studie van Dhejne e.a. (2014) telt zo 15 "spijtverzoeken", 2,2% van de mensen die een nieuwe juridische status hadden gekregen, met een significante daling over de decennia (bron). Zo'n maat vangt geen mensen die stoppen zonder de kliniek in te lichten, en ook niet wie stopt met hormonen maar zich transgender of non-binair blijft noemen, zoals ook de Cass Review opmerkt (bron).

Probleem 4 — de verkeerde populatie

De meest geciteerde studies gaan grotendeels over cohorten van volwassenen die gevolgd werden vóór de sterke stijging van aanmeldingen van kinderen en jongeren, met een omslagpunt in 2014; het aandeel mensen dat bij de geboorte als meisje werd geregistreerd is onder de aanmeldingen gestegen (bron). Voor deze recentere populatie is nog niet bekend hoe vaak spijt en detransitie zullen voorkomen. Zie ook detransitie-onderzoek.

Genuanceerdere cijfers

Afhankelijk van definitie en populatie lopen de gepubliceerde cijfers uiteen:

  • Dhejne e.a. (2014, Archives of Sexual Behavior): 15 verzoeken om terug te keren naar het oorspronkelijke juridische geslacht, 2,2% van de mensen die tussen 1960 en 2010 in Zweden een nieuwe juridische status kregen (bron).
  • Hall e.a. (2021, BJPsych Open): 12 personen (6,9%) voldeden aan de definitie van detransitie onder 175 mensen die uit een Britse kliniek voor volwassenen waren ontslagen (bron).
  • Boyd e.a. (2022, Healthcare): in een huisartsenaudit in Engeland stopten acht van de 41 patiënten die hormonen gebruikten (20%) na gemiddeld vijf jaar (bron).
  • Roberts e.a. (2022, JCEM): van 952 jongeren en jongvolwassenen in het Amerikaanse militaire zorgsysteem gebruikte 70,2% na vier jaar nog hormonen; de studie meet geen spijt (bron).
  • Littman (2021): van 100 zelfgeworven detransitioners vond 55% dat zij vóór de transitie geen adequate beoordeling hadden gekregen, en 24% had de behandelaar over de detransitie ingelicht; deze uitkomsten zijn niet representatief voor alle detransitioners (bron).

Een uitvoeriger bespreking met methodologische analyse staat op transgenderidentiteit.nl — hoe vaak komt het echt voor en op transitieschade.nl/detrans/cijfers. Zolang klinieken niet doormeten, blijft het 1%-narratief rondzingen.

Waarom het verschil tussen de cijfers ertoe doet

Of men uitgaat van 1% of van een duidelijk hoger cijfer, verandert de afweging van baten en risico's. De huidige gegevens beslechten dat niet: de Cass Review concludeert dat er geen goed bewijs is over de langetermijnuitkomsten van interventies voor gendergerelateerde nood, en dat de frequentie van spijt en detransitie moeilijk vast te stellen is (bron).

Wat detransitioners zelf zeggen

De enquêtes onder detransitioners van Littman (2021, 100 respondenten) en Vandenbussche (2022, 237 respondenten) berusten op zelfgeselecteerde steekproeven en zijn niet representatief voor alle detransitioners. Respondenten van Littman noemen onder meer dat zij zich meer op hun gemak gingen voelen met hun geboortegeslacht (60%), zorgen over medische complicaties (49%) en de overtuiging dat hun genderdysforie een specifieke oorzaak had, zoals trauma, misbruik of een psychische aandoening (38%); 23% noemt homofobie of moeite om zichzelf als lesbisch, homo of biseksueel te accepteren (bron). Portretten van Keira Bell, Chloe Cole, Helena Kerschner, Prisha Mosley, Sinead Watson en Walt Heyer staan op transitieschade.nl/detrans.

Spijt waar je niets meer aan terug kunt draaien

Sommige gevolgen van medische behandeling zijn onomkeerbaar.

  • Mastectomie: het klierweefsel van de borst wordt verwijderd; borstvoeding is daarna niet meer mogelijk (zie onomkeerbaar verlies van borstweefsel).
  • Fertiliteit: cross-sekse hormonen kunnen de vruchtbaarheid aantasten, en gonadectomie sluit voortplanting definitief uit; de review van de Universiteit van York voor de Cass Review vond over het effect van puberteitsremmers op de vruchtbaarheid slechts beperkt of niet eenduidig bewijs. De Cass Review beveelt aan iedereen fertiliteitsadvisering aan te bieden (aanbeveling 10) (bron), en WPATH 8 (statement 6.10) vraagt adolescenten vóór elke behandeling te informeren over mogelijk verlies van vruchtbaarheid (bron). Zie ook onvruchtbaarheid na hormonen en chirurgie.

Het politieke gebruik

De bewering "99% heeft geen spijt" hoort patiënten niet als zekerheid te worden voorgehouden: de Cass Review schrijft dat de frequentie van spijt en detransitie moeilijk vast te stellen is op basis van alleen kliniekgegevens (bron), en dat raakt de kwaliteit van informed consent. Zie ook publicatiebias.

Bronnen

  1. Bustos, V.P. et al. (2021). Regret after Gender-affirmation Surgery: A Systematic Review and Meta-analysis of Prevalence. Plastic and Reconstructive Surgery Global Open . europepmc.org
  2. Dhejne, C. et al. (2014). An analysis of all applications for sex reassignment surgery in Sweden, 1960–2010: prevalence, incidence, and regrets. Archives of Sexual Behavior . europepmc.org
  3. Vandenbussche, E. (2021). Detransition-Related Needs and Support: A Cross-Sectional Online Survey. Journal of Homosexuality .
  4. Littman, L. (2021). Individuals Treated for Gender Dysphoria with Medical and/or Surgical Transition Who Subsequently Detransitioned. Archives of Sexual Behavior . pmc.ncbi.nlm.nih.gov
  5. Boyd, I., Hackett, T., Bewley, S. (2022). Care of Transgender Patients: A General Practice Quality Improvement Approach. Healthcare, 10(1), 121. europepmc.org
  6. Hall, R., Mitchell, L., Sachdeva, J. (2021). Access to care and frequency of detransition among a cohort discharged by a UK national adult gender identity clinic. BJPsych Open . europepmc.org
  7. Roberts, C.M. et al. (2022). Continuation of Gender-affirming Hormones Among Transgender Adolescents and Adults. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism . europepmc.org
  8. Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren (advies nr. 2026/12). gezondheidsraad.nl
  9. Smeehuijzen, Smids, Hoekstra (2023). Transgenderzorg aan kinderen. Nederlands Juristenblad 2023/1772, nr. 25. njb.nl
  10. Cass, H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People. NHS England.
  11. Vasterman, P. & Kuitenbrouwer, J. (28 April 2024). Dutch protocol in transgenderzorg is onhoudbaar. NRC.

Zie ook

Externe bronnen in het netwerk