Home › Onderzoek › Dutch Protocol
Kritiek op het Dutch Protocol (VUmc/Cohen-Kettenis)
Het Dutch Protocol — ontwikkeld door Peggy Cohen-Kettenis en collega's, eerst in Utrecht en later aan het VUmc in Amsterdam — werd het internationale model voor puberteitsremming bij jongeren met genderdysforie. De bekendste studie volgde 70 adolescenten zonder controlegroep (bron). De Cass Review noemt de zorg voor deze jongeren "an area of remarkably weak evidence" (bron).
Wat het protocol inhield
In het oorspronkelijke protocol begon puberteitsremming vanaf 12 jaar in de vroege puberteit, en volgden cross-sekse hormonen vanaf ongeveer 16 jaar en chirurgie vanaf 18 jaar (bron). Het was bedoeld voor een specifieke groep: jongeren met genderdysforie sinds de kindertijd, zonder ernstige psychische problemen en met steun van het gezin.
De kernstudies
Het bewijs voor het protocol kwam vooral uit twee publicaties over hetzelfde cohort: de Vries e.a. (2011) beschrijven de eerste 70 adolescenten die tussen 2000 en 2008 puberteitsremming kregen, vergeleken vóór en na de behandeling (bron), en de Vries e.a. (2014) volgden hen tot na de chirurgie; de eindmeting omvatte 55 van de 70 (bron). Op deze basis bouwden ook de WPATH SOC 7 en SOC 8 voort. Zie ook de pediatrische uitrol vanaf 2000.
Probleem 1: geen controlegroep
Er werd geen groep zonder medische behandeling vergeleken. Zonder controlegroep is niet vast te stellen of verbeteringen door de behandeling komen of door andere factoren, zoals psychologische begeleiding of natuurlijke ontwikkeling. De systematische review voor de Cass Review beoordeelde de studies naar puberteitsremmers grotendeels als van matige of lage kwaliteit (bron).
Probleem 2: een sterfgeval na vaginoplastiek
Eén deelnemer overleed na een vaginoplastiek aan necrotiserende fasciitis; de studie van de Vries e.a. (2014) meldt dit (bron). Het sterfgeval is dus in de publicatie zelf beschreven.
Probleem 3: uitval en selectie
Volgens de Cass Review waren de 70 een deel van 111 opeenvolgende aanmeldingen, geselecteerd omdat zij als eersten klaar waren voor de volgende behandelfase (bron). In de oorspronkelijke studie voelde 89% van de patiënten zich aangetrokken tot hetzelfde geboortegeslacht (bron). Het protocol werd ontwikkeld voor een andere groep dan de jongeren die zich vanaf 2014 aanmeldden (zie ROGD en de verschuiving na 2010) (bron).
Probleem 4: de uitkomstmaten
Michael Biggs (2023) bespreekt de herkomst en het bewijs van het Dutch Protocol en concludeert dat de claims waarmee puberteitsremming werd verantwoord, namelijk dat zij omkeerbaar is en helpt bij de diagnose, steeds minder aannemelijk zijn. Uitkomsten als botgezondheid, vruchtbaarheid en seksueel functioneren zijn volgens de Cass Review onvoldoende onderzocht (bron).
Probleem 5: andere landen
Het Britse GIDS begon in 2011 een "early intervention study" met inclusiecriteria volgens het Dutch Protocol; Carmichael e.a. (2021) vonden bij 44 jongeren geen verandering in psychisch functioneren (bron). Het Karolinska in Stockholm besloot in het voorjaar van 2021 hormonale behandeling van minderjarigen alleen nog binnen onderzoek te starten, met verwijzing naar een kennisoverzicht van het SBU uit 2019 en de Britse zaak-Bell (zie SBU Zweden). NHS England sloot GIDS in 2024 (zie sluiting van Tavistock GIDS) en verstrekt puberteitsremmers niet langer routinematig (bron).
Wat dit betekent
Het Dutch Protocol, basis van internationaal beleid, rust op één cohort van 70 adolescenten zonder controlegroep, geselecteerd uit een groep die verschilt van de jongeren die zich nu aanmelden. In Nederland oordeelde de Gezondheidsraad op 30 juni 2026 dat de zorg zorgvuldig is ingericht, en beoordeelde de raad de bewijskracht voor de gevonden effecten als laag tot zeer laag (bron). Zie ook de Nederlandse uitrol en de WPATH Files.
De Gezondheidsraad oordeelde op 30 juni 2026 dat de Nederlandse zorg voor jongeren zorgvuldig is ingericht en past binnen het wettelijk kader; tegelijk beoordeelde de raad de bewijskracht voor de gevonden effecten als laag tot zeer laag.
Cohen-Kettenis en collega's beschreven in 2011 een follow-up na 22 jaar van FG, de eerste patiënt die puberteitsremming kreeg, en presenteerden de uitkomst als gunstig. Het gaat om één casus.
Volgens de Cass Review werd het protocol ontwikkeld voor een andere groep dan de jongeren die zich vanaf 2014 aanmeldden; de 70 deelnemers waren geselecteerd uit 111 aanmeldingen en 89% voelde zich aangetrokken tot hetzelfde geboortegeslacht.
Zweden (Socialstyrelsen 2022: behandeling alleen binnen onderzoek of in uitzonderlijke gevallen), Finland (2020), Engeland (NHS England: puberteitsremmers niet langer routinematig) en Noorwegen (Ukom 2023: als experimentele behandeling definiëren).
Bronnen
- de Vries, A.L.C., Steensma, T.D., Doreleijers, T.A.H., Cohen-Kettenis, P.T. (2011). Puberty suppression in adolescents with gender identity disorder: a prospective follow-up study. Journal of Sexual Medicine, 8(8). Europe PMC
- de Vries, A.L.C. et al. (2014). Young adult psychological outcome after puberty suppression and gender reassignment. Pediatrics, 134(4). Europe PMC
- Carmichael, P. et al. (2021). Short-term outcomes of pubertal suppression in a selected cohort of 12 to 15 year old young people with persistent gender dysphoria in the UK. PLOS ONE, 16(2).
- Biggs, M. (2023). The Dutch Protocol for Juvenile Transsexuals: Origins and Evidence. Journal of Sex & Marital Therapy, 49(4).
- Cass, H. (2024). Independent Review — Final Report. NHS England.
- SBU (2022). Hormonbehandling vid könsdysfori – barn och unga (SBU-rapport 342).