GenderID.nl

Een geloof · geen feit · kritisch bekeken

Home › Onderzoek › Cass over blokkers

Cass Review over puberteitsblokkers: geen bewijs dat ze bedenktijd geven

Puberteitsblokkers — GnRH-analogen zoals leuproreline en triptoreline — worden sinds het Dutch Protocol gebruikt om de puberteit van jongeren met genderdysforie te remmen. De Cass Review (april 2024) schrijft dat vrijwel alle jongeren die ermee beginnen doorgaan naar hormonen, dat er daarom geen bewijs is dat blokkers bedenktijd geven, en dat het bewijs over het effect op de psychische gezondheid onvoldoende of tegenstrijdig is (bron, par. 14.25 en 14.28).

Wat zijn puberteitsblokkers?

GnRH-analogen remmen de aanmaak van geslachtshormonen. Ze zijn geregistreerd voor te vroeg beginnende puberteit en worden ook gebruikt bij enkele kankers en gynaecologische aandoeningen bij volwassenen. Volgens de Cass Review is het gebruik bij genderdysforie een andere situatie: dan wordt de normale hormoonstijging geblokkeerd die in de tienerjaren hoort plaats te vinden en die van belang is voor de psychoseksuele en andere ontwikkeling (par. 14.6 en 14.7).

Wat zegt de Cass Review?

De systematische review van de Universiteit van York naar puberteitsremming bij jongeren met genderdysforie beoordeelde 50 studies. Eén was van hoge kwaliteit, 25 van matige en 24 van lage kwaliteit. De onderzoekers concludeerden dat onderzoek van hoge kwaliteit ontbreekt en dat over het effect op genderdysforie, mentale en psychosociale gezondheid en cognitieve ontwikkeling geen conclusies te trekken zijn (bron). Het eindrapport voegt toe:

  • Er zijn meerdere studies die laten zien dat blokkers de puberteit onderdrukken, en ook dat de botdichtheid tijdens de remming onder druk staat (par. 81 van de samenvatting).
  • Er zijn geen veranderingen in genderdysforie of tevredenheid met het lichaam aangetoond. Over het effect op psychisch en psychosociaal welzijn, cognitieve ontwikkeling, cardiometabool risico en vruchtbaarheid is het bewijs onvoldoende of tegenstrijdig (par. 82).
  • Omdat vrijwel alle jongeren die met blokkers beginnen doorgaan naar hormonen, is er volgens het rapport geen bewijs dat blokkers bedenktijd geven; er is ook zorg dat ze de ontwikkeling van seksualiteit en genderidentiteit kunnen beïnvloeden (par. 83).
  • Over de gevolgen voor de hersenontwikkeling is weinig onderzoek: de review vond één dwarsdoorsnedestudie naar executieve functies, met slechtere uitkomsten bij behandeling langer dan een jaar (par. 14.39 en 14.40).

Hoeveel jongeren gaan door naar hormonen?

In de Engelse vroege-interventiestudie (Carmichael e.a., 2021) ging 98 procent (43 van 44) van wie met remmers begon door naar cross-sex hormonen. In een Nederlandse studie (Van der Loos e.a., 2023) ging 93 procent van 707 jongeren die daarvoor in aanmerking kwamen door, in een andere Nederlandse studie uit 2022 98 procent (par. 13.23 en 14.24). In een Britse ontslagstudie (Butler e.a., 2022) stopte 7,4 procent (16 van 217) van de jongeren die bij verwijzing jonger waren dan 16 met de blokkers. Omdat een behandeling die voor de ene groep was bedoeld (vooral vanaf de kindertijd genderincongruente jongens) aan een andere groep is gegeven (vooral meisjes met dysforie vanaf de vroege tot midden puberteit), is volgens de Review moeilijk te zeggen welk deel van hen de nood op een andere manier zou hebben opgelost (par. 14.33 en 14.34).

De NHS-beslissing en de internationale ontwikkelingen

De NHS stopte in maart 2024 met het routinematig voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen; in december 2024 maakte de Britse regering het verbod op verstrekking via particuliere voorschrijvers voor onbepaalde tijd (bron). De Tavistock-kliniek GIDS sloot op 31 maart 2024. In Zweden schreef Socialstyrelsen in december 2022 dat de risico's van puberteitsremmers op groepsniveau waarschijnlijk zwaarder wegen dan de verwachte voordelen en dat behandeling alleen in uitzonderlijke gevallen kan (bron); zie ook SBU. De Noorse commissie Ukom (maart 2023) beval aan om deze behandeling als "utprøvende behandling" te definiëren (bron); zie ook Finland en Denemarken. In Nederland noemde de Gezondheidsraad op 30 juni 2026 de bewijskracht voor de effecten laag tot zeer laag, maar zag geen aanleiding de zorg anders in te richten (bron).

Het Dutch Protocol: een studie met 70 jongeren

De Cass Review beschrijft de Nederlandse studie van De Vries e.a. (2011) over 70 jongeren die tussen 2000 en 2008 met blokkers begonnen. Zij vormden een deel van een groep van 111 verwezen jongeren en waren gekozen omdat zij als eersten klaar waren voor de volgende stap, hormonen; de uitkomsten van de overige 41 werden niet gerapporteerd. Tijdens de remming veranderde de lichaamsdysforie niet, terwijl gedrags- en emotionele problemen afnamen; 59 tot 73 procent vulde na de behandeling de vragenlijsten in (par. 2.10 en 2.11). De Britse vroege-interventiestudie kon de verbetering van de psychische gezondheid niet herhalen (par. 14.27). Zie kritiek op het VUmc-protocol en de Nederlandse uitrol.

Bronnen

  1. Cass, H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. pdf
  2. Taylor, J. et al. (2024). Puberty suppression for adolescents experiencing gender dysphoria or incongruence: a systematic review. Archives of Disease in Childhood. Europe PMC
  3. Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren. pdf

Zie ook