Home › Onderzoek › Publicatiebias
Publicatiebias en wetenschappelijke controverses in het genderveld
Het veld van de gendergeneeskunde kent meerdere controverses: niet-gepubliceerde data, een ingetrokken publicatie, onenigheid over de betrouwbaarheid van systematische reviews en aanvallen op onderzoekers. Elk geval moet afzonderlijk worden beoordeeld; dit artikel zet er een aantal op een rij, met bronnen.
Niet-gepubliceerde data — Olson-Kennedy
Johanna Olson-Kennedy (Children's Hospital Los Angeles) leidde een door de NIH gefinancierde studie naar puberteitsremmers en hormonen bij jongeren. Zij vertelde The New York Times (oktober 2024) dat de studie naar puberteitsremmers geen verbetering van de mentale gezondheid liet zien en dat zij de publicatie uitstelde omdat de resultaten politiek tegen deze zorg gebruikt zouden kunnen worden (bron). Een onderzoeker die met publiek geld werkt, hoort resultaten te publiceren, ook als ze tegenvallen. Zie ook evidence-based bezwaar.
Een publicatiegeschil — WPATH/Johns Hopkins
Volgens The BMJ (31 oktober 2024) schreven onderzoekers van Johns Hopkins University, die voor WPATH systematische reviews uitvoerden, dat de opdrachtgever hun mogelijkheid tot publiceren probeerde te beperken; WPATH ontkende publicatie te hebben verboden (bron). Eli Coleman, eerste auteur van SOC8, verklaarde dat WPATH over het moment van publiceren had gediscussieerd, maar geen publicatie had tegengehouden (bron). De Cass Review concludeerde daarnaast dat WPATH 8 de sterkte van het bewijs sterker voorstelt dan die is (bron). Zie de WPATH Files en de SOC-versies.
Controverses rond publicaties en onderzoekers
- Lisa Littman (2018) — ouderenquête gepubliceerd in PLOS ONE; in 2019 publiceerde het tijdschrift een correctie waarin staat dat het om een hypothesegenererende studie van observaties van ouders gaat en dat "rapid-onset gender dysphoria" geen formele diagnose is (bron). Zie ROGD.
- J. Michael Bailey en Suzanna Diaz (2023) — hun studie naar 1655 mogelijke gevallen van ROGD (meldingen van ouders) werd gepubliceerd in Archives of Sexual Behavior en nog datzelfde jaar door het tijdschrift ingetrokken; volgens de intrekkingsnotitie hadden de deelnemers geen schriftelijke toestemming gegeven voor deelname aan het onderzoek en publicatie van hun antwoorden, wat de auteurs betwisten (bron).
- Kenneth Zucker, die de genderidentiteitskliniek van CAMH leidde, werd in december 2015 ontslagen na een extern evaluatierapport over de kliniek; in 2018 bood CAMH hem excuses aan en betaalde het hem 586.000 dollar, met erkenning van fouten in het rapport. Zijn desistance-onderzoek wordt nog steeds geciteerd.
- Het boek van J. Michael Bailey (2003), dat steunt op autogynefilie en de Blanchard-typologie, werd doelwit van een campagne tegen de auteur, gedocumenteerd door Alice Dreger (2008) (bron).
Aanvallen op onderzoekers
Bailey's boek The Man Who Would Be Queen (2003) leidde tot een campagne tegen de auteur, gedocumenteerd door Alice Dreger (2008) (bron). In het voorwoord van haar eindrapport (2024) schrijft Hilary Cass dat de toxiciteit van het debat uitzonderlijk is en dat er weinig andere gebieden in de zorg zijn waar professionals zo bang zijn om openlijk hun mening te geven (bron).
Het methodologische debat
De studie van Tordoff e.a. (2022), een observationele studie van 104 jongeren die een jaar werden gevolgd, verbond puberteitsremmers en hormonen met een lagere kans op depressie en suïcidale gedachten; aan het eind van de studie hadden 35 jongeren geen van beide gekregen (bron). Ook de systematische reviews van de Cass Review, SBU en NICE zijn bekritiseerd: Noone e.a. (2025) concludeerden dat de reviews voor de Cass Review een hoog risico op bias hebben, terwijl Cheung e.a. (2025) schreven dat de Cass Review brede steun kreeg uit de klinische wereld (bron, bron). Zie ook het spijt-onderzoek.
Een schijnbare consensus?
Het idee van een "wetenschappelijke consensus" over gender-affirmatieve zorg verdient nuance. De Cass Review (par. 9.20–9.22) schrijft dat de vroege versies van de richtlijn van de Endocrine Society (2009) en WPATH 7 bijna alle andere richtlijnen hebben beïnvloed, en dat die circulariteit de schijnbare consensus kan verklaren (bron). Buiten de VS hebben meerdere landen hun aanpak aangescherpt: de Cass Review (2024) beoordeelde alleen de Finse (2020) en Zweedse (2022) richtlijn als aanbevelenswaardig voor de praktijk, en de Zweedse richtlijn reserveert medicamenteuze behandeling voor onderzoeksprotocollen of uitzonderlijke gevallen (bron). Zie ook de Cass Review, SBU, COHERE en de sluiting van Tavistock.
Er is geen bewijs dat publicatiebias hier van een andere aard is dan elders; wat gedocumenteerd is, zijn concrete gevallen: de niet-gepubliceerde Olson-Kennedy-studie (volgens haar eigen uitspraken), de intrekking van het artikel van Bailey en Diaz (2023) en het geschil tussen WPATH en Johns Hopkins (BMJ, 2024).
De gedocumenteerde gevallen verschillen: Kenneth Zucker werd in 2015 ontslagen door CAMH, waarna CAMH in 2018 excuses aanbood; andere gevallen moeten afzonderlijk worden bekeken.
Systematische reviews van onafhankelijke overheidsinstanties (Cass, SBU, NICE, COHERE) vormen een stevige basis, maar ook die zijn bekritiseerd (Noone e.a., 2025). De Cass Review oordeelde dat WPATH 8 de sterkte van het bewijs sterker voorstelt dan die is.
Bronnen
- Dreger, A. (2008). The controversy surrounding The Man Who Would Be Queen. Archives of Sexual Behavior.
- Block, J. (2023). Gender dysphoria in young people is rising — and so is professional disagreement. BMJ. doi.org
- Environmental Progress (2024). The WPATH Files.
- Ghorayshi, A. (2024). U.S. Study on Puberty Blockers Goes Unpublished Because of Politics, Doctor Says. The New York Times, 23 oktober 2024.