Home › Onderzoek › Cass over comorbiditeit
Cass Review over bijkomende problemen: autisme, ADHD, depressie en angst
Jongeren die naar een genderkliniek worden verwezen, hebben vaker dan gemiddeld bijkomende psychische problemen of neurodiversiteit. De Cass Review beschrijft die cijfers uit de systematische review van de Universiteit van York en adviseert dat bij de zorg ook deze problemen worden behandeld (bron, hoofdstuk 5).
De cijfers
Uit de York-review van verwezen kinderen en jongeren (par. 5.27 en 5.40, tabellen 2 en 3 van het rapport) komt het volgende beeld:
- Autisme: gemiddeld 9 procent (betrouwbaarheidsinterval 6 tot 11 procent; spreiding per studie 0 tot 26 procent). ADHD: 10 procent (7 tot 13 procent; spreiding 2,5 tot 27 procent).
- Depressie: 38 procent (31 tot 45 procent; spreiding 3 tot 78 procent). Angst: 38 procent (31 tot 46 procent; spreiding 8 tot 100 procent). Eetstoornissen: 5 procent (2 tot 8 procent).
- Ongunstige jeugdervaringen komen volgens het rapport vaak voor, maar weinig studies rapporteerden ze. In een audit van de eerste 124 verwijzingen naar de Engelse kliniek GIDS (Di Ceglie e.a., 2002) had 42 procent een of beide ouders verloren, vooral door scheiding, en was in 15 procent van de gevallen fysiek misbruik gedocumenteerd (par. 5.48 tot en met 5.50).
- Seksuele gerichtheid: in een GIDS-studie (Holt e.a., 2016) was van de als meisje geboren jongeren 68 procent op vrouwen gericht en 21 procent biseksueel; van de als jongen geboren jongeren was 42 procent op mannen gericht en 39 procent biseksueel (par. 8.30).
Het rapport schrijft bovendien dat sommige onderzoeken suggereren dat transgender en genderdiverse mensen drie tot zes keer vaker autistisch zijn dan cisgender mensen (Warrier e.a., 2020; par. 5.41).
Diagnostische overschaduwing
De Cass Review gebruikt de term "diagnostic overshadowing" in verband met de zorgorganisatie: jongeren en gezinnen vertelden dat verwijzing naar een dienst met alleen aandacht voor gender erin resulteerde dat kinderen meerdere problemen hadden die door verschillende diensten (GIDS, CAMHS, huisarts) los van elkaar werden aangepakt, zonder te kijken hoe ze elkaar beïnvloeden (par. 17.8). Een lange wachttijd kan volgens het rapport bovendien leiden tot verslechtering van bijkomende psychische problemen (par. 17.4). Het rapport adviseert dat gangbare psychologische en psychofarmacologische behandelingen worden ingezet voor het omgaan met de bijbehorende nood en bijkomende aandoeningen.
Autisme bij meisjes
Clinici die de Cass Review sprak, zien tienermeisjes die cognitief sterk en welbespraakt zijn, maar worstelen met genderidentiteit, suïcidale gedachten en zelfbeschadiging; bij een deel van hen is ongediagnosticeerd autisme de gemeenschappelijke noemer, dat bij adolescente meisjes vaak wordt gemist (par. 5.42). Voor autisme bij genderdysforie bestaan klinische richtlijnen: de consensusrichtlijn van Strang en collega's (2018) gaat uit van een verlengde diagnostische periode (bron). Zie ook Littmans ROGD-onderzoek.
Wat bekend is over desistance
De Cass Review schrijft dat vroege studies suggereerden dat bij ongeveer 15 procent van de prepubertaire kinderen met genderincongruentie die zich aandiende tot in de volwassenheid aanhield; later onderzoek vond voor kinderen die aan formele diagnostische criteria voldeden 10 tot 33 procent. De meerderheid van die kinderen werd als volwassene cisgender en gericht op hetzelfde geslacht (par. 2.6). Het rapport wijst erop dat het onduidelijk is wat deze gegevens zeggen over de groep die zich nu in de puberteit meldt (par. 14.34). Zie ook desistance-onderzoek en detransitie-onderzoek.
Wat andere instanties zeggen
Volgens de Cass Review bepalen meerdere richtlijnen dat psychische problemen beheerst moeten worden en/of de behandeling waarschijnlijk niet in de weg staan (par. 14.15). Het Deense overzichtsartikel noemt middelenmisbruik, suïcidale gedachten, zelfbeschadiging en uitgesproken psychische problemen als contra-indicaties voor hormoonbehandeling (bron); zie ook Denemarken, SBU (Zweden), COHERE (Finland) en Ukom (Noorwegen). De Gezondheidsraad schreef in juni 2026 dat jongeren die zich in recente jaren aanmelden vaker bijkomende psychosociale problematiek hebben, bijvoorbeeld autisme, stemmingsproblemen of ADHD, en dat onderzoek nodig is onder de groep die zich nu aanmeldt (bron). Zie ook het VUmc-protocol en het Dutch Protocol.
Dat verschilt per kliniek. De Cass Review adviseert dat gangbare behandelingen voor bijkomende psychische problemen worden ingezet, en beschrijft dat jongeren en gezinnen ervaarden dat verschillende diensten hun problemen los van elkaar behandelden.
Volgens de York-review in het eindrapport had gemiddeld 9 procent van de verwezen kinderen en jongeren een autismediagnose, met per studie een spreiding van 0 tot 26 procent.
Bronnen
- Cass, H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. pdf
- Strang, J.F. et al. (2018). Initial clinical guidelines for co-occurring autism spectrum disorder and gender dysphoria or incongruence in adolescents. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology. PubMed
- Kaltiala-Heino, R. et al. (2015). Two years of gender identity service for minors: overrepresentation of natal girls with severe problems in adolescent development. Child and Adolescent Psychiatry and Mental Health. Europe PMC
- Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren. pdf