Home › Onderzoek › Spijtcijfers
Spijtcijfers en methodologische problemen
"Slechts 1% heeft spijt van transitie" is een vaak herhaalde claim. De bron is een meta-analyse uit 2021 (Bustos) waarvan de methodologische problemen het cijfer nagenoeg waardeloos maken. De werkelijke spijtcijfers zijn niet bekend.
De Bustos-studie
Bustos et al. (2021) deden een meta-analyse van 27 studies (totaal ~7.928 patiënten). Conclusie: 1% spijt. Het cijfer werd politiek wijdverspreid. De methodologische problemen waren groot.
Probleem 1 — extreem hoge uitval
In veel van de geanalyseerde studies viel 36% tot 60% van de patiënten uit de follow-up. Detransitioners vermijden de kliniek waar zij eerder werden behandeld. Iemand die geen contact meer opneemt, is in deze studies "geen spijt" — terwijl spijt juist een goede reden is om weg te blijven. Survivorship bias.
Probleem 2 — korte follow-up
Spijt verschijnt vaak pas 8 tot 11 jaar na transitie (Dhejne 2014). Studies met 2-3 jaar follow-up zijn voor spijtmetingen ongeschikt. Bustos nam veel kortlopende studies mee.
Probleem 3 — definitie van "spijt"
Spijt is in studies streng gedefinieerd als "officieel verzoek om reverse surgery". Veel mensen met spijt vragen geen omgekeerde operatie aan — uit kostenoverwegingen, schaamte, of omdat het lichamelijk onomkeerbaar is. Hun spijt verschijnt niet in de cijfers.
Probleem 4 — verandering in populatie
De geciteerde studies bevatten patiënten die in de jaren tachtig en negentig transitionneerden — andere selectiecriteria, andere zorgvuldigheid, andere populatie. De huidige adolescente ROGD-cohort heeft anders en hogere spijtcijfers (zie detransitie-onderzoek).
Wat realistische cijfers tonen
Studies met langere follow-up en betere uitvalbeheersing rapporteren spijtcijfers van 7% tot 20%. Levine (2023) wijst op gegevens die suggereren dat bij de huidige cohort van adolescente meisjes 20-30% binnen 10 jaar terugkeert. De ware cijfers zijn waarschijnlijk dramatisch hoger dan het 1%-narratief.
Het politieke gebruik
"99% heeft geen spijt" wordt geciteerd om informed consent op te zetten als formaliteit. Patiënten krijgen het cijfer voorgehouden alsof het hard wetenschappelijk bewijs is. Dat is niet zo — het is een artefact van slechte methodologie. Zie WPATH.
Cass concludeert dat de spijtcijfers in bestaande literatuur niet betrouwbaar zijn vanwege hoge uitval en korte follow-up. Het werkelijke cijfer is onbekend.
Nee. Een cijfer dat substantieel verkeerd is, is erger dan geen cijfer — het wordt gebruikt om twijfels weg te wuiven en patiënten valselijk gerust te stellen.
Bronnen
- Bustos, V.P. et al. (2021). Regret after Gender-affirming Surgery: a systematic review. Plastic and Reconstructive Surgery Global Open.
- Dhejne, C. et al. (2014). An analysis of all applications for sex reassignment surgery in Sweden 1960-2010. Archives of Sexual Behavior. link.springer.com
- Levine, S.B. et al. (2023). The myth of low regret. Journal of Sex & Marital Therapy.