GenderID.nl

Een geloof · geen feit · kritisch bekeken

Home › Concept › Judith Butler

Judith Butler: Gender Trouble (1990)

Judith Butler schreef in 1990 in Gender Trouble dat er geen genderidentiteit achter de uitingen van gender zit: die identiteit wordt volgens haar performatief gevormd door de handelingen zelf. Het is filosofie, geen empirische ontdekking, en daarom geen basis voor medische beslissingen over kinderen. Voor die beslissingen telt het bewijs, en dat is volgens de Cass Review zwak.

Gender Trouble (1990): performativiteit

Butlers stelling is dat gender een effect is van herhaalde sociale handelingen, geen interne kern. Ze gebruikt daarbij de terminologie van de spraakdaadtheorie van J.L. Austin (bron) en bespreekt onder anderen Michel Foucault. In het boek, als toepassing van een zin van Nietzsche over het "doer" en de "deed", schrijft ze: "There is no gender identity behind the expressions of gender; that identity is performatively constituted by the very 'expressions' that are said to be its results" (bron). Zie ook performatieve spraakdaad.

Logische spanning met het activisme dat haar claimt

Critici wijzen op een spanning in het hedendaagse activisme: sommigen verwijzen naar Butler (gender is een sociale constructie), anderen gaan uit van een innerlijke genderidentiteit. Deze twee posities zijn logisch moeilijk te verenigen: of gender is een sociale handeling, of het is een innerlijke kern. Zie essentialisme versus constructionisme.

Butler over performativiteit na 1990

In Undoing Gender (2004) komt Butler terug op haar notie van performativiteit en verfijnt die, in reflecties over gender, seksualiteit en de medische behandeling van intersekse-mensen (bron).

Filosofie en medisch bewijs

Butlers werk is filosofie in een continentaal-filosofisch jargon. Het is niet bedoeld als empirische theorie en levert geen toetsbare voorspellingen — zie onfalsifieerbaar. De medische praktijk wordt beoordeeld op bewijs. De Cass Review (2024) noemt de zorg voor jongeren met genderdysforie "an area of remarkably weak evidence" (bron). Het Zweedse SBU (2022) vond het bewijs onvoldoende om effecten van puberteitsremmers en hormonen op genderdysforie en psychosociaal welzijn te beoordelen (bron), de NICE-reviews (2020) beoordeelden alle resultaten als zeer lage zekerheid (bron), en de Finse richtlijn (2020) bepleit volgens de Cass Review uiterste voorzichtigheid met puberteitsremmers bij jongeren onder de 18 (bron).

Het debat

Kathleen Stock, filosoof aan de University of Sussex, nam in oktober 2021 ontslag na een controverse over haar opvattingen over genderidentiteit (bron). Dhejne e.a. (2011), een Zweeds registeronderzoek onder 324 volwassenen die tussen 1973 en 2003 een geslachtsoperatie ondergingen, vond een gecorrigeerde hazard ratio van 19,1 voor overlijden door suicide ten opzichte van controles; de auteurs concluderen dat geslachtsaanpassing de dysforie kan verlichten maar mogelijk niet volstaat als behandeling (bron). Het onderzoek betrof geen minderjarigen. Zie ook detransitie-onderzoek.

Veelgestelde vragen

Bronnen

  1. Butler, J. (1990). Gender Trouble. Routledge. Archive.org
  2. Butler, J. (2004). Undoing Gender. Routledge.
  3. Dhejne, C. et al. (2011). Long-term follow-up of transsexual persons undergoing sex reassignment surgery. PLoS ONE. Europe PMC
  4. SBU (2022). Gender dysphoria in children and adolescents, rapport 342. sbu.se
  5. NICE (2020). Evidence review: GnRH analogues for children and adolescents with gender dysphoria. PDF
  6. Cass, H. (2024). Independent Review — Final Report. NHS England. PDF

Zie ook