GenderID.nl

Een geloof · geen feit · kritisch bekeken

Home › Onderzoek › Zhou BSTc

Zhou-hersenonderzoek (1995): wat de studie wel en niet laat zien

"Studies tonen aan dat transvrouwen vrouwelijke hersenen hebben" — die bewering steunt vaak op één studie: Zhou (1995) over de hersenkern BSTc. Het was een kleine post-mortemstudie van hersenen van mensen die hormonen hadden gebruikt, uit één onderzoeksgroep. Volgens de Cass Review heeft hersenonderzoek tot nu toe geen betrouwbare hersenveranderingen aangetoond die direct met genderincongruentie samenhangen.

Wat Zhou deed

Zhou, Hofman, Gooren en Swaab (Nature, 1995) onderzochten post-mortem hersenen van zes mannelijke transseksuelen (bron) en maten het volume van de bed nucleus of the stria terminalis, central subdivision (BSTc). Het volume was groter bij mannen dan bij vrouwen, en bij de transseksuele deelnemers had de BSTc de omvang van een vrouwelijke BSTc (bron). De zes deelnemers hadden cross-sekse hormonen gebruikt (bron).

Beperking 1 — hersenen na hormoongebruik

De auteurs concludeerden zelf dat de grootte van de BSTc niet werd beïnvloed door geslachtshormonen in de volwassenheid (bron). De Cass Review schrijft echter (par. 8.18) dat de meeste hersenstudies hersenen onderzochten na behandeling met feminiserende hormonen, in plaats van vóór en na de behandeling, zodat veranderingen door de behandeling kunnen komen in plaats van door een aangeboren verschil (bron).

Beperking 2 — het verschil ontstaat pas in de volwassenheid

Chung, De Vries en Swaab (2002) vonden dat het verschil in BSTc-volume tussen mannen en vrouwen pas in de volwassenheid significant wordt, en noemen die late differentiatie onverwacht (bron). Dat past slecht bij de gedachte dat dit hersenkenmerk al vroeg in de ontwikkeling vastligt en een gevoel van genderidentiteit in de kindertijd zou verklaren.

Beperking 3 — kleine steekproef, post-mortem, beperkte replicatie

Zes deelnemers is weinig voor een anatomische claim. De Cass Review schrijft (par. 8.18) dat de meeste hersenstudies zijn gebaseerd op kleine aantallen en niet betrouwbaar zijn gerepliceerd (bron). Een vervolgstudie van Kruijver e.a. (2000), met 42 deelnemers, vond bij transvrouwen ook een vrouwelijk aantal neuronen in de BSTc (bron), maar die kwam uit dezelfde onderzoeksgroep, en volgens een kritische analyse waren 26 van de 34 deelnemers in de hoofdanalyse dezelfde als bij Zhou (bron). Zie ook publicatiebias en wetenschappelijke problemen.

Beperking 4 — geen betrouwbare hersenmarker

De Cass Review schrijft (par. 8.20) dat onderzoek op dit gebied tot nu toe niet betrouwbaar hersenveranderingen heeft vastgesteld die direct met genderincongruentie samenhangen, en dat dit, ook als het wel kon, niets zou zeggen over oorzaak en gevolg; hersenen veranderen door plasticiteit (par. 8.17) (bron). Zie ook geen hersenmarker en geen meetbare marker.

Wat dit betekent

De bewering dat er "trans-hersenen" bestaan, steunt op kleine post-mortemstudies van dertig jaar geleden uit één onderzoeksgroep. Cass schrijft ook dat het niet uitgesloten is dat bij sommige personen een biologische aanleg meespeelt, op manieren die nog niet worden begrepen (par. 8.21 en 8.23) (bron).

Bronnen

  1. Zhou, J.N. et al. (1995). A sex difference in the human brain and its relation to transsexuality. Nature. Europe PMC
  2. Chung, W.C.J., De Vries, G.J. & Swaab, D.F. (2002). Sexual differentiation of the bed nucleus of the stria terminalis in humans may extend into adulthood. J. Neuroscience. Europe PMC
  3. Kruijver, F.P.M. et al. (2000). Male-to-female transsexuals have female neuron numbers in a limbic nucleus. J. Clin. Endocrinol. Metab. Europe PMC
  4. Cass, H. (2024). Independent Review — Final Report, hoofdstuk 8.

Zie ook