Home › Kritiek › Geen hersenmarker
Geen hersenmarker voor genderidentiteit
"Een vrouwelijk brein in een mannelijk lichaam" is een lege metafoor. Hersenonderzoek heeft tot nu toe geen betrouwbare marker voor genderidentiteit opgeleverd. Toch wordt deze claim als wetenschappelijk vaststaand verkocht — een geloofsbelijdenis vermomd als neurowetenschap.
De Zhou-studie (1995): fundament onder een mythe
Jiang-Ning Zhou, Michel Hofman, Louis Gooren en Dick Swaab publiceerden in Nature (1995) onderzoek naar de BSTc-kern bij zes post-mortem hersenen van transvrouwen (bron). Het BSTc-volume was vergelijkbaar met dat van vrouwen. Deze kleine studie wordt drie decennia later nog steeds aangehaald, terwijl de Cass Review (2024) wijst op de beperkingen van dit soort hersenonderzoek (bron). Volledige bespreking: Zhou hersenonderzoek.
Beperkingen van het hersenonderzoek
1. De steekproef was klein: zes transvrouwen. 2. De transvrouwen hadden een hormoonbehandeling gehad. De auteurs vonden bij controles met afwijkende hormoonspiegels geen effect op de BSTc-grootte, maar volgens de Cass Review zijn de meeste hersenstudies gedaan na behandeling met feminiserende hormonen, zodat gevonden verschillen ook door de behandeling kunnen komen (bron). 3. Het BSTc-verschil tussen mannen en vrouwen wordt pas in de volwassenheid significant (Chung e.a., 2002; bron). 4. Er zijn vervolgstudies: Kruijver e.a. (2000) vonden in 42 hersenen een vergelijkbaar patroon in het aantal neuronen van de BSTc (bron), en Garcia-Falgueras en Swaab (2008) in een ander hersengebied, de INAH3, bij elf transvrouwen en één transman (bron). De Cass Review merkt over hersenstudies echter op dat ze meestal op kleine aantallen berusten en niet betrouwbaar zijn gerepliceerd.
Overzichtsstudies en grote hersendata
Guillamon, Junque en Gómez-Gil (2016) bespraken neuroimagingstudies bij homoseksuele transvrouwen en transmannen en concludeerden dat hun hersenen een mengeling van mannelijke, vrouwelijke en gedemasculiniseerde of gedefeminiseerde gebieden laten zien, een fenotype dat verschilt van dat van zowel heteroseksuele mannen als vrouwen (bron). Joel e.a. (2015, PNAS) analyseerden MRI-scans van meer dan 1.400 hersenen en vonden grote overlap tussen mannen en vrouwen; de meeste hersenen zijn een uniek mozaïek van kenmerken en vallen niet in twee categorieën, 'mannelijk' en 'vrouwelijk' (bron). De Cass Review noemt het bij een zo heterogene groep niet plausibel dat er één uniek 'transgenderbrein' bestaat (bron).
Het ad-hoc-redden van een dogma
Wanneer hersenstudies geen marker tonen, schakelt de affirmatieve doctrine over op: "genderidentiteit hoeft niet biologisch te zijn". Klassieke onfalsifieerbare retraite — de claim wordt aangepast aan elk negatief resultaat. Tegelijk blijven behandelingen als puberteitsremmers en hormonen bestaan. Zie ook geen meetbare marker en geen genetische marker voor het patroon. De Cass Review noemt de zorg voor deze jongeren "an area of remarkably weak evidence" (bron), en schrijft dat onderzoek tot nu toe niet betrouwbaar hersenveranderingen heeft aangetoond die direct samenhangen met genderincongruentie (bron).
Wat overblijft: zelfrapportage
Er is geen gen, hersenscan of bloedwaarde waarmee de diagnose wordt gesteld; ze berust op wat iemand zelf ervaart en vertelt, aangevuld met klinische beoordeling. Wie de "transhersenen"-claim laat vallen, ziet wat eronder zit: een metafysische claim verpakt als diagnose.
Ja, in een aantal kleine studies. Volgens de Cass Review berusten die studies meestal op kleine aantallen, zijn ze niet betrouwbaar gerepliceerd en zijn ze vaak gedaan na behandeling met hormonen. Door de grote overlap tussen mannen- en vrouwenhersenen is het bovendien niet mogelijk te zien of een brein mannelijk of vrouwelijk is.
Dat onderzoek op dit gebied tot nu toe niet betrouwbaar hersenveranderingen heeft aangetoond die direct samenhangen met genderincongruentie, en dat de meeste studies transvrouwen onderzochten en geen transmannen.
Het was een van de eerste postmortemstudies die een verschil in een hersengebied vond, en latere studies zoals die van Kruijver e.a. (2000) vonden een vergelijkbaar patroon. De Cass Review wijst op de beperkingen van dit onderzoek.
Bronnen
- Zhou, J.N., Hofman, M.A., Gooren, L.J., & Swaab, D.F. (1995). A sex difference in the human brain and its relation to transsexuality. Nature, 378. DOI
- Kruijver, F.P.M. et al. (2000). Male-to-female transsexuals have female neuron numbers in a limbic nucleus. J Clin Endocrinol Metab, 85(5). Europe PMC
- Garcia-Falgueras, A., & Swaab, D.F. (2008). A sex difference in the hypothalamic uncinate nucleus: relationship to gender identity. Brain, 131. Europe PMC
- Guillamon, A., Junque, C., & Gómez-Gil, E. (2016). A Review of the Status of Brain Structure Research in Transsexualism. Archives of Sexual Behavior, 45(7). Springer
- Joel, D. et al. (2015). Sex beyond the genitalia: The human brain mosaic. PNAS, 112(50). Europe PMC
- Chung, W.C., De Vries, G.J., & Swaab, D.F. (2002). Sexual differentiation of the bed nucleus of the stria terminalis in humans may extend into adulthood. J Neuroscience, 22(3). Europe PMC
- Cass, H. (2024). Independent Review of gender identity services for children and young people: Final Report. PDF